Wonderlijke wereld van de vlinder

Kiek op de Mo(a)nd

Vlinders zijn prachtig om naar te kijken, daar zijn de meesten het wel over eens, maar er ligt nog veel meer pracht verscholen in close-ups van de vlinder. Als je dichtbij genoeg kan komen, gaat er een wonderlijke wereld voor je open, want van zo dichtbij zijn de zintuigen van de vlinder te ontdekken. Hoe ziet, ruikt, proeft, voelt en hoort de vlinder eigenlijk?

Zien

De vlindervleugels van de dagpauwoog hebben patronen die het net doen lijken alsof vier paar ogen je aankijken. Maar dat zijn natuurlijk niet de echte ogen van de vlinder. Waar zitten die ogen dan wel?

Om te beginnen hebben vlinders boven op hun kop kleine ocelli. Ze zijn vaak nauwelijks zichtbaar door alle beharing eromheen. Een ocellus is een enkelvoudig oog, net als dat van de mens. Vlinders kunnen er geen direct licht mee zien, maar ze kunnen er wel verschuivingen in het licht mee waarnemen. De ocelli spelen waarschijnlijk een rol in het dag- en nachtritme van de vlinder.

Wat wel heel erg opvalt, zijn de facetogen van de vlinder. Deze ronde bollen aan de zijkanten van de kop zijn samengestelde ogen. Ze bestaan namelijk uit honderden zeshoekige facetten, die elk in een iets andere richting staan. Daarom heeft de vlinder een groot blikveld. De vlinder kan echter op korte afstand niet scherpstellen.

De facetogen kunnen licht en kleur waarnemen. Vlinders zien geen rood, maar ze kunnen toch meer kleur zien dan mensen! Ze zien namelijk ook ultraviolet licht. Dat is ontzettend handig bij het zoeken naar de juiste bloem. En er zit nog een bijzonderheid aan: door middel van ultraviolet licht kunnen vlinders de mannetjes en vrouwtjes van elkaar onderscheiden. Mannetjes absorberen het licht en vrouwtjes kaatsen het terug.

Ruiken

Een neus kan je het niet noemen, maar toch heeft het dezelfde functie. Met de antennes kan de vlinder namelijk geurdeeltjes in de lucht waarnemen. De antennes zijn zeer gespecialiseerd. Bij veel vlinders hebben de antennes uitsteekseltjes om het oppervlak te vergroten, waardoor ze meer geurdeeltjes kunnen opvangen.

Wat voor geurtjes zijn belangrijk voor de vlinder? De feromonen natuurlijk! Zodra een mannetje geurdeeltjes opvangt, gebruikt hij zijn antennes om ‘in stereo’ te ruiken. Al vliegend zoekt hij zo de richting waar de geur vandaan komt. De mannetjes van sommige vlindersoorten zijn in staat de geur van een vrouwtje op kilometers afstand op te sporen.

Recordhouder is de nachtpauwoog, waarvan een geval bekend is dat het mannetje op een afstand van elf kilometer een vrouwtje kon ruiken. De liefde van de vlinder gaat duidelijk door de neus!

Proeven

Vlinders kunnen ook proeven, maar dat doen ze niet met hun tong! Het zintuiglijk orgaan om mee te proeven bevindt zich aan de tarsen. Dat zijn de uiteinden van hun poten. Die poten zijn flink behaard. Die piepkleine haartjes, de sensillen genoemd, kunnen oliën en andere stoffen herkennen. Zo weten vlinders op welke plant ze zitten.

Dat is belangrijk, want zo vindt de vlinder de juiste waardplant: de plant die geschikt is om eitjes op te leggen. Naast proeven, kan een vlinder met zijn pootjes ook de windrichting bepalen; handig bij het opstijgen.

Vlinders hebben natuurlijk wel een tong om mee te eten, ook al proeven ze er niet mee. En niet zomaar een tong, een heuse roltong! De roltong heet proboscis, en het is een soort buisje om vloeistoffen mee op te zuigen. Vlinders hebben geen kaken en kunnen dus alleen vloeibaar voedsel tot zich nemen.

Met behulp van vier spiertjes en door de bloeddruk te verhogen, rolt de vlinder zijn roltong uit. En als de vlinder klaar is met eten, wordt de tong weer netjes opgerold in een spiraal onder de kop. De lengte verschilt per vlindersoort. In Nederland is de kolibrievlinder kampioen, met een roltong van wel dertig mm!

Voelen

En in de buurt van die roltong vinden we de tastzingtuigen van de vlinder: de palpen. Aan de onderkaak, aan weerszijden van de roltong bevinden de palpen zich. Met deze uitsteeksels kan de vlinder op tast nectar vinden in bloemen.

Met de poten, antennes en minuscule haartjes over het hele lichaam kan de vlinder voelen. De antennes helpen de vlinder rondom een bloem te navigeren. De haartjes van de vlinder helpen bij het bepalen van de positie van de vleugels. Dat is belangrijk voor de vlucht, waarbij een heleboel dingen een rol spelen: denk aan wind en zwaartekracht.

Horen

Om de oren van de vlinder te spotten, moet je weten waar je kijken moet. De oren zitten in de vleugels. Gaatjes in de basis van de vleugel zijn overdekt met een membraan, dat eruitziet als een vel uitgerekt rubber. Dit ovale trommelvlies zet geluidsgolven om in signalen die door de zenuwcellen kunnen worden opgevangen.

Vlinders kunnen het verschil tussen lage en hoge tonen horen doordat het membraan anders trilt: bij lagere tonen trilt alleen het buitenste deel mee, terwijl hogere tonen het hele membraan doen trillen. Vlinders lijken gevoeliger te zijn voor lagere tonen. Misschien is dat zodat de vlinder het geluid van klapperende vogelvleugels kan detecteren. Want dat geluid betekent wegwezen!

Bron: Vroege vogels, Natuurpunt, Vlinderstichting, Monarch Joint Venture, Livescience