Wetenswaardigheden

Kiek op de Mo(a)nd

Beagle Cliff verslaat laboratoria

[tekst]

 

We weten van honden dat ze een goede neus hebben. Daar maken we in veel gevallen dankbaar gebruik van. Honden kunnen helpen om zoek geraakte mensen op te sporen, zelfs als ze in het water liggen. Bij de douane worden ze gebruikt om drugs, geld of sigaretten op te zoeken. Er zijn honden die gas- of waterlekken in leidingen kunnen opsporen. En op medisch gebied zijn er zelfs honden die bepaalde vormen van kanker in het menselijk lichaam kunnen lokaliseren.

 

Op medisch gebied is er een nieuwe ontwikkeling waarbij de hulp van een hond ingeroepen kan worden. Wat is het geval? In ziekenhuizen komt vaak een bacterie voor die voor een groot aantal patiënten gevaarlijk kan zijn, clostridium difficile. Dit is een bacterie die darmontstekingen kan veroorzaken, waarbij de symptomen variëren van milde diarree tot levensbedreigende darmontstekingen. Dit komt vooral voor bij oudere patiënten die recent antibiotica hebben gebruikt. Antibiotica verstoren de natuurlijk balans van de darmbacteriën. De infectie is besmettelijk, waardoor de bacterie zich binnen een ziekenhuisafdeling verder kan verspreiden. Hoe eerder de diagnose gesteld wordt, hoe sneller patiënten kunnen worden behandeld en bovendien hoe sneller maatregelen kunnen worden genomen om verdere verspreiding te voorkomen. Toch blijkt er in de praktijk vaak dagen overheen te gaan voordat een Clostridium difficile infectie wordt herkend.

 

De bacterie is vooral te herkennen aan een specifieke geur. Maar als de artsen en het verplegend personeel deze geur constateren heeft de bacterie zich al wijd verspreid. Bovendien is het snel opsporen van Clostridium difficile tijdrovend: het laboratorium heeft er vaak meerdere dagen werk aan om de bacterie op te sporen. En ondertussen kan deze bacterie zich blijven verspreiden en meer mensen besmetten. Wetenschappers van het VU medisch centrum bedachten daarom dat het tijd werd voor een nieuwe aanpak. Zouden honden niet – veel efficiënter dan mensen – in staat zijn om de bacterie op te sporen? Niet alleen beter, maar ook in een eerder stadium?

 

De internisten Marije Bomers en Yvo Smulders van VUmc hebben, samen met hondentrainster Hotsche Luik, gekeken of er geen andere manier was om Clostridium difficile patiënten snel te herkennen door de inzet van een speurhond.

Na twee maanden training slaagde beagle Cliff er in om een zorgafdeling binnen tien minuten te controleren op de aanwezigheid van patiënten met een Clostridium difficile infectie. Het experiment was een groot succes: de hond besnuffelde 300 patiënten (waarvan er 30 de bacterie onder de leden hadden). Door naast het bed van een patiënt te gaan zitten, gaf Cliff aan dat hij de bacterie gevonden had. Cliff slaagde er in om de bacterie bij 28 van de 30 patiënten op te sporen. Wanneer de hond niet aan patiënten, maar aan monsters van de ontlasting snuffelde, was deze nog accurater. Nu kon de hond in 100 procent van de gevallen de met de bacterie besmette monsters aanwijzen.

 

Daarmee is bewezen dat honden kunnen worden ingezet om patiënten met Clostridium difficile te herkennen, zo concluderen de onderzoekers in het blad BMJ. Uit nader onderzoek moet nu blijken of het echt zin heeft om een hond regelmatig afdelingen in het ziekenhuis te laten controleren. Dat is pas zinvol als de hond in zo’n geval patiënten met de bacterie daadwerkelijk eerder opspeurt en dus leidt tot een vermindering van het aantal ziekenhuisinfecties.

Marian Servaas